Logo Pateo.nl English Deutsch Русский Image of Terra
Español Italiano 中文
Français Türkçe العربية

© Pateo.nl : Wholly Science - Johan Oldenkamp

Introductie Wholly Science Pateo TV Video’s Pateo Nieuwsbrieven Over
Nieuws Videocursus Pateo Radio Boeken Linkjes Donaties
Agenda Heelige Schrift TV PateoPedia Artikelen Meer Contact

De Echte Bijbel

Genesis 9:20 – 11:32

De Schepping van de Wijngaard

De Kleurrijke Biblos
9:20 En de mens Noë begon een landarbeider te zijn, en hij plantte een wijngaard.
21 En hij dronk van de wijn en werd dronken, en was naakt in zijn huis.
22 En Cham, de vader van Chanaän, zag de naaktheid van zijn vader. En voortgaande, rapporteerde hij het aan zijn twee broers buiten.
23 En Sem en Japheth namen een bovenkleed en deden het op hun rug en gingen achteruit en bedekten de naaktheid van hun vader; en hun gezicht was achterwaarts, en zij zagen niet de naaktheid van hun vader.
24 En Noë ontnuchterde van de wijn, en wist zo veel als zijn jongste nakomeling hem had aangedaan.
25 En hij zei: “Wees vervloekt, nakomeling Chanaän, een dienaar zal hij zijn voor broers.”
26 En hij zei: “Gezegend zij de Heere God van Sem, en Chanaän zal zijn huishoudbediende zijn.
27 Moge God ruimte maken voor Japheth, en hem de verblijfplaatsen van Sem laten bewonen, en laat Chanaän zijn dienaar zijn.”
28 En Noë leefde na de vloed drie honderd en vijftig jaren.
29 En alle dagen van Noë waren negen honderd en vijftig jaren, en hij stierf.

De Scheppingen van Noë’s afstammelingen

10:1 En dit zijn de generaties van de zonen van Noë: Sem, Cham en Japheth. En zonen werden geboren tot hen na het cataclysme.
2 Zonen van Japheth: Gamer en Magog en Madai en Jovan en Elisa en Thobel en Mosoch en Thiras.
3 En de zonen van Gamer: Aschanaz en Riphath en Thorgama.
4 En de zonen van Jovan: Elisa en Tharsis, Kitioi, Rodioi.
5 Van deze werden gescheiden de eilanden van de volkeren in hun land, elk volgens tong, in hun stammen, en in hun etniciteit.
6 En de zonen van Cham: Chous en Mesraïm, Phoud en Chanaän.
7 En de zonen van Chous: Saba en Evila en Sabatha en Regma en Sabakatha. En de zonen van Regma: Saba en Dadan.
8 En Chous bracht voort Nebrod; deze begon een reus op aarde te zijn.
9 Hij was een reus-jager voor de Heere God; daarom zeggen ze: “Zoals de reus-jager Nebrod voor de Heere.”
10 En het begin van zijn koninkrijk was Babylon en Orech en Archad en Chalanne, in het land Sennaär.
11 Uit dat land kwam Assour voort en bouwde Nineve en de stad Rhooboth en Chalach,
12 en Dasem tussen Nineve en Chalach: dit is de grote stad.
13 En Mesraïm verwekte de Loudiïm en de Enemetiïm en de Labiïm en de Nephthaliïm,
14 en de Patrosoniïm en de Chasloniïm, van waaruit de Phylistiïm voortkwamen, en de Kaphthoriïm.
15 En Chanaän verwekte Sidona, zijn eerstgeborene, en de Chettaion,
16 en de Jebousaion en de Amorraion en de Gergesaion,
17 en de Evaion en de Aroukaion en de Asennaion,
18 en de Aradion en de Samaraion en de Amathi. En hierna waren de stammen van de Chananaïon verspreid.
19 En de grenzen van de Chananaïon waren van Sidonos totdat men komt naar Gerara en Gazan, totdat men komt naar Sodomon en Gomorras, Adama en Seboïm, tot aan Lasa.
20 Daar waren de zonen van Cham in hun stammen, naar hun talen, in hun landen en in hun etniciteit.
21 En aan Sem zelf werden ook kinderen geboren, de vader van al de zonen van Eber, de broer van Japheth de grotere.
22 Zonen van Sem: Ailam en Assour en Arphaxad en Loud en Aram en Kaïnan.
23 En de zonen van Aram: Os en Oul en Gather en Mosoch.
24 En Arphaxad gewon Kaïnan, en Kaïnan gewon Sala. En Sala gewon Eber.
25 En aan Eber werden twee zonen geboren; de naam van de ene is Phaleg, omdat in zijn dagen de aarde verdeeld werd, en de naam van zijn broer is Jektan.
26 Jektan verwekte Elmodad en Saleph en Asarmoth en Jarach,
27 en Odorra en Aizel en Dekla,
28 en Abimeël en Sabeu,
29 en Ouphir en Evila en Jobab; al deze waren de zonen van Jektan.
30 En hun verblijfgebied was van Masse totdat men komt bij Saphera, een berg in het oosten.
31 Dit waren de zonen van Sem in hun stammen, volgens hun tongen, in hun landen en in hun naties.
32 Dit zijn de stammen van de zonen van Noë, volgens hun geslachten, volgens hun naties: van hen waren de eilanden der volkeren verspreid over de aarde na het cataclysme.

De Schepping van de Verwarring

11:1 En al de aarde was één lip en één spraak voor allemaal.
2 En het geschiedde toen zij weggingen van de rijzing dat zij een vlakte vonden in het land Sennaär, en zij woonden daar.
3 En een mens zei tegen zijn naaste: “Kom, laten wij stenen maken en ze in vuur bakken.” En voor hen werd de baksteen als steen. En pek was hun klei.
4 En zij zeiden: “Kom, laten wij een stadstaat en toren voor ons bouwen, waarvan de top tot aan de hemel zal zijn. En laten we een naam voor onszelf maken, voordat we verspreid zijn over de gehele aarde.”
5 En de Heere kwam naar beneden om de stadstaat en de toren te zien, die de zonen van de mensen bouwden.
6 En de Heere zei: “Zie, er is één soort en één lip voor allen, en zij zijn begonnen dit te doen. Het zal nu niet van hen falen, zoveel als ze maar mochten proberen te doen.
7 Kom, en gaande neer, laten we hun tong verwarren, zodat ze de stem van elke naaste niet begrijpen.”
8 En de Heere verstrooide hen van daar over de gehele aarde, en zij hielden op met de bouw van de stadstaat en de toren.
9 Daarom werd de naam ervan ‘Verwarring’ genoemd, omdat daar de Heere de lippen van de hele aarde verwarde; en vandaar verspreidde de Heere hen over de gehele aarde.

De Scheppingen van Sem

11:10 En dit zijn de generaties van Sem: en Sem was honderd jaren oud toen hij Arphaxad verwekte, het tweede jaar na de vloed.
11 En Sem leefde, nadat hij Arphaxad had verwekt, vijf honderd jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
12 En Arphaxad leefde honderd vijf en dertig jaren, en hij verwekte Kaïnan.
13 En Arphaxad leefde, nadat hij Kaïnan had verwekt, vier honderd jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf. En Kaïnan leefde honderd en dertig jaren en verwekte Sala; en Kaïnan leefde nadat hij Sala had verwekt, drie honderd en dertig jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
14 En Sala leefde honderd en dertig jaren en verwekte Eber.
15 En Sala leefde, nadat hij Eber had verwekt, drie honderd en dertig jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
16 En Eber leefde honderd en vier en dertig jaren en verwekte Phaleg.
17 En Eber leefde, nadat hij Phaleg had verwekt, twee honderd en zeventig jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
18 En Phaleg leefde honderd en dertig jaren en verwekte Ragau.
19 En Phaleg leefde, nadat hij Ragau had verwekt, twee honderd en negen jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
20 En Ragau leefde een honderd twee en dertig jaren, en hij verwekte Serouch.
21 En Ragau leefde, nadat hij Serouch had verwekt, twee honderd en zeven jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
22 En Serouch leefde honderd en dertig jaren en verwekte Nachor.
23 En Serouch leefde, nadat hij Nachor had verwekt, tweehonderd jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en stierf.
24 En Nachor leefde honderd en negen en zeventig jaren en verwekte Thara.
25 En Nachor leefde, nadat hij Thara had verwekt, honderd en vijf en twintig jaren, en hij verwekte zonen en dochters, en hij stierf.
26 En Thara leefde zeventig jaren en verwekte Abram, Nachor en Arran.
27 En dit zijn de generaties van Thara. Thara verwekte Abram, en Nachor, en Arran; en Arran verwekte Lot.
28 En Arran stierf in de tegenwoordigheid van zijn vader Thara, in het land waarin hij werd geboren, in de regio van de Chaldaion.
29 En Abram en Nachor namen zich vrouwen, de naam van de vrouw van Abram was Sara, en de naam van de vrouw van Nachor, Melcha, dochter van Arran, en hij was de vader van Melcha, de vader van Jescha.
30 En Sara was onvruchtbaar en niet in staat om kinderen te produceren.
31 En Thara nam zijn zoon Abram en Lot, de zoon van Arran, de zoon van zijn zoon, en zijn schoondochter Sara, de vrouw van zijn zoon Abram, en leidde hen uit de regio van de Chaldaion, om te gaan in het land Chanaän, en zij kwamen tot aan Charran, en hij woonde daar.
32 En alle dagen van Thara in het land Charran waren twee honderd en vijf jaren, en Thara stierf in Charran.

vorig verhaal

volgend verhaal


Deze vier delen van dit zevende verhaal uit het boek Genesis, vertaald door Johan Oldenkamp, zijn ook beschikbaar in het Engels en Duits.

© Pateo.nl : Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 2019/11/03.