Logo Pateo.nl English Deutsch Русский Image of Terra
Español Italiano 中文
Français Türkçe العربية

© Pateo.nl : Wholly Science - Johan Oldenkamp

Introductie Wholly Science Pateo TV Video’s Pateo Nieuwsbrieven Over
Nieuws Videocursus Pateo Radio Boeken Linkjes Donaties
Agenda Heelige Schrift TV PateoPedia Artikelen Meer Contact

De Echte Bijbel

Genesis 1:1 – 2:4a

De Schepping van de Hemelen en de Aarde

De Kleurrijke Biblos
1:1 In het begin schiep God de hemelen en de aarde.
2 Nu, de aarde was onzichtbaar en ongemaakt, en duisternis was op de afgrond. En Gods Geest bracht voort boven in het water.
3 En God zei: “Ontsta: licht.” En er was licht.
4 En God constateerde dat het licht goed was. En God scheidde licht van duisternis.
5 En God noemde het licht ‘dag’, en de duisternis ‘nacht’. En het werd avond, en het werd ochtend: de eerste Dag.
6 En God zei: “Ontsta: een hechtheid in het midden van het water, en laat het zijn voor het scheiden tussen water en water.” En het geschiedde op deze wijze:
7 En God bracht de hechtheid voort. En God scheidde het water dat beneden de hechtheid was van het water boven de hechtheid.
8 En God noemde de hechtheid ‘hemel’. En God constateerde dat het goed was. En het werd avond, en het werd ochtend: de tweede Dag.
9 En God zei: “Laat het water onder de hemel samenkomen tot één samenkomst, en laat het droge gezien worden.” En het geschiedde op deze wijze: en het water onder de hemel kwam samen in diens samenkomsten, en het droge verscheen.
10 En God noemde het droge ‘aarde’, en noemde de systemen van water ‘zee’. En God constateerde dat het goed was.
11 En God zei: “Laat de aarde voedsel van gras groeien dat zaad zaait overeenkomstig soort en gelijkenis, en de vruchtbare boom die vrucht maakt waarvan het zaad erin is, overeenkomstig soort, op de aarde.” En het geschiedde op deze wijze:
12 En de aarde bracht voedsel van gras voort dat zaad zaait overeenkomstig soort en gelijkenis, en de vruchtbare boom die vrucht maakt waarvan het zaad erin is, overeenkomstig soort, op de aarde.
13 En God constateerde dat het goed was. En het werd avond, en het werd ochtend: de derde Dag.
14 En God zei: “Ontsta: lichtgevers in de hechtheid van de hemel voor het geven van licht op de aarde, om de dag van de nacht te scheiden. En laat zij zijn voor tekenen, en voor seizoenen, en voor dagen, en voor jaren.
15 En laat zij zijn voor licht in de hechtheid van de hemel, om zo te schijnen op de aarde.” En het geschiedde op deze wijze:
16 En God maakte de twee grootse lichtgevers: de grote lichtgever voor het leiden van de dag en de mindere lichtgever voor het leiden van de nacht, en de sterren.
17 En God plaatste ze in de hechtheid van de hemel, om zo te schijnen op de aarde,
18 en dag en nacht te leiden, en het licht en van de duisternis te scheiden. En God constateerde dat het goed was.
19 En het werd avond, en het werd ochtend: de vierde Dag.
20 En God zei: “Laat de wateren het kruipende van levende ziel voortbrengen en het gevleugelde dat vliegt boven de aarde onder de hechtheid van de hemel.” En het geschiedde op deze wijze:
21 En God maakte de enorme waterwezens, en al het kruipende van levende ziel, dat de wateren voortbrachten, overeenkomstig hun soort, en al het gevederde gevleugelde overeenkomstig soort. En God constateerde dat het goed was.
22 En God zegende hen en zei: “Neem toe en vermenigvuldig, en vul de wateren in de zee. En laat het gevleugelde vermenigvuldigd worden boven de aarde.”
23 En het werd avond, en het werd ochtend: de vijfde Dag.
24 En God zei: “Laat de aarde levende ziel voortbrengen overeenkomstig soort: viervoetige en kruipende en wilde beesten van de aarde, overeenkomstig soort.” En het geschiedde op deze wijze:
25 En God maakte de wilde beesten van de aarde overeenkomstig soort, en de lastdieren overeenkomstig soort, en al het kruipende van de aarde overeenkomstig soort. En God constateerde, dat het goed was.
26 En God zei: “Laat ons de mens maken overeenkomstig ons evenbeeld en gelijkenis. En laat hen de vissen van de zee leiden, en het gevleugelde van de hemel, en het vee, en de gehele aarde, en al het kruipende dat kruipt op de aarde.”
27 En God maakte de mens. Overeenkomstig Gods evenbeeld maakte Hij hem. Mannelijk en vrouwelijk maakte Hij hen.
28 En God zegende hen, en zei: “Neem toe en vermenigvuldig, en vul de aarde, en beheers het. En leid de vissen van de zee, en het gevleugelde van de hemel, en al het vee, en de gehele aarde, en al het kruipende dat kruipt op de aarde.”
29 En God zei: “Aanschouw: Ik heb jou al het zaaizaad-dragende gras gegeven dat op de aarde is, en elke boom die in zichzelf het zaaibare fruitzaad van fruit heeft: voor jou zal het voedsel zijn,
30 en voor alle wilde dieren van de aarde, en voor al het gevleugelde van de hemel, en voor al het kruipende dat kruipt op de aarde, dat in zichzelf de ziel van het leven heeft en al het groene gras voor voedsel.” En het werd zo.
31 En God constateerde alles, zo veel als was gemaakt. En aanschouw: het was zeer goed. En het werd avond, en het werd ochtend: de zesde Dag.
2:1 En voltooid waren de hemelen en de aarde, en de gehele kosmos van hen.
2 En God voltooide op de zesde Dag de Eigen werken die God deed. En God rustte op de zevende Dag van al Eigen werken die God deed.
3 En God zegende de zevende Dag en verklaarde het Heelig, want daarin rustte God van al de Eigen werken die God begon te doen.
4a Dit is het verhaal van de oorsprong van de hemelen en de aarde.

 

volgend verhaal


Dit eerste verhaal uit het boek Genesis, vertaald door Johan Oldenkamp, is ook beschikbaar in het Engels en Duits.

© Pateo.nl : Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 2019/09/12.